troumoetblycken

Trou Moet Blijcken

“Trou Moet Blijcken”. De genese van een verzameling rederijkerstoneel.
Een populair-wetenschappeljk artikel door Wessel.

Rond 1600 werkten Haarlemse rederijkers van de kamers Lieft Boven Al en Trou Moet Blijcken aan het verzamelen en kopiëren van rederijkerstoneel. Hun inspanningen leidde uiteindelijk tot de omvangrijkste verzameling rederijkerstoneel die vandaag de dag nog bestaat. Hoe is deze verzameling tot stand gekomen?

De verzameling-Trou Moet Blijcken bestaat al meer dan vier eeuwen. Al die tijd was ze eigendom van de Haarlemse rederijkerskamer Trou Moet Blijcken, nu een deftige herensociëteit. Marjolein van Herten, cultuuronderzoekster en neerlandicus, deed onderzoek naar de collectie en richtte zich daarbij vooral op het materiële aspect: de banden, bindwijze, watermerken, opmaak, schriftsoort, enz. Door de resultaten van haar eigen onderzoek te combineren met bestaande informatie over de inhoud van de verzameling, wist Van Herten een aantal correcties aan te brengen en lacunes op te vullen in onze kennis over deze bijzondere verzameling rederijkerstoneel.

Rederijkers in Haarlem
Aan het einde van de zestiende eeuw waren er drie rederijkerskamers in Haarlem. De nieuwste was de in 1592 door Vlaamse immigranten opgerichte kamer In Liefde Getrouw. De andere twee kamers hadden toen al een lange gezamenlijke geschiedenis achter de rug. Ze waren voortgekomen uit de oudste rederijkerskamer in Haarlem, die opgericht was in de jaren tachtig van de vijftiende eeuw. De kamer met de zinspreuk Trou Moet Blijcken stond als de oude kamer bekend. De leden werden Pellicanisten genoemd. De jonge kamer was de kamer van de Wijngaertrancken met de zinspreuk Lieft Boven Al.
De splitsing weerhield de kamers er niet van om samen te werken. Ze onderhielden nauwe contacten, ontmoetten elkaar op interstedelijke wedstrijden, wisselden spelen uit en dienden gezamenlijk voorstellen in bij de stedelijke overheid. Op veel vlakken traden de kamers dus gezamenlijk op, maar werkten ze ook samen aan één verzameling rederijkerskunst?

Een vroegere verzameling
Waarschijnlijk is de verzameling-Trou Moet Blijcken voortgekomen uit een vroegere verzameling. Een alternatieve nummering op de rug van een aantal boeken wijst hierop. Daarnaast is in een tweetal boeken de naam Hopcooter te vinden. Mogelijk gaat het om Jacob Joosten Hopcooter, de zwager van Lauris Jansz., die factor was van de kamer Lieft Boven Al. De factor was verantwoordelijk voor de artistieke prestaties van de kamer en was zelf ook in staat om spelen te schrijven. In creatief opzicht was dit de belangrijkste functie. Lauris Jansz. was de schrijver van ten minste tweeëntwintig spelen in de verzameling en het is dus goed voorstelbaar dat iemand in zijn directe omgeving met het verzamelen ervan begon. Hoe groot deze vroegere collectie is geweest en hoe ze uiteindelijk in de verzameling-Trou Moet Blijcken terecht is gekomen, is onzeker.

Twee kopiisten: Lepel en Ten Berch
De verzameling-Trou Moet Blijcken is grotendeels bijeengebracht door twee kopiisten: Adriaen Lourisz. Lepel en Goossen ten Berch. Lepel was de eerste die met het verzamelen en kopiëren begon. Van ten minste vier boeken weten we dat ze in of omstreeks 1598 door hem zijn gevuld. Hij was waarschijnlijk verbonden aan de kamer Lieft Boven Al, aangezien de spelen die hij bijeenbracht veelal geschreven zijn door of voor deze kamer. Mogelijk was Adriaen Louriszoon Lepel een zoon van factor Lauris Janszoon. Behalve de naamsverwantschap is er hiervoor geen bewijs. In de vier boeken die Lepel vulde zitten naast spelen van Lieft Boven Al ook spelen van Trou Moet Blijcken en andere Hollandse kamers, met name uit Amsterdam en Leiden.
Goossen ten Berch was bestuurslid van de kamer Trou Moet Blijcken. Vanaf 1600 vulde hij ten minste vier banden, waarvan er drie met zekerheid voor of in 1604 zijn voltooid. Daarbij kreeg hij wat hulp van een anonieme kopiist. De boeken bevatten naast spelen die speciaal voor de oude kamer zijn geschreven, ook spelen uit andere Hollandse en Zuid Nederlandse steden. In tegenstelling tot de boeken van Lepel treffen we nu dus ook spelen aan die afkomstig zijn van kamers buiten Holland.
Van veel van de spelen die Lepel en Ten Berch kopieerden is bekend dat ze daadwerkelijk door respectievelijk Lieft Boven Al en Trou Moet Blijcken zijn opgevoerd.
Van Ten Berch is uit de periode 1606-1611 nog een ander boek overgeleverd. Het draagt het opschrift Register en bevat naast een inhoudsopgave van de andere boeken ook diverse aantekeningen, een opvoeringslijst van Trou Moet Blijcken en zelfs een compleet spel: ‘De Treves’.

Leggers en afschrijvers
Voor het kopiëren, ook wel afschrijven genoemd, maakte men gebruik van zogenaamde leggers. Dit waren voorbeeldhandschriften op basis waarvan de kopiist een nieuw manuscript schreef. Deze leggers werden regelmatig verhandeld of geruild tussen de kamers. Zowel Lepel als Ten Berch werkten met banden van ingebonden lege vellen, waarop zij de spelen noteerden. Hun werkwijze was op een aantal punten verschillend. Van Herten merkt hierover op:

”Goossen ten Berch trok een kantlijn voor hij ging schrijven, terwijl de anonieme kopiist, overigens net als Lepel, de bladen tweemaal verticaal vouwde. Verder hadden zij allebei hun eigen manieren van corrigeren, en van het noteren van clauskoppen [passage in een toneelstuk die door één acteur achtereen gesproken wordt] en toneelaanwijzingen.”

Ondanks deze verschillen in werkwijze zijn de overeenkomsten zo groot, dat geconcludeerd kan worden dat Ten Berch de boeken van Lepel als voorbeeld voor zijn eigen werk gebruikt moet hebben.

De creatie van één verzameling
Duidelijk is dat de Haarlemse kamers op veel terreinen met elkaar samenwerkten en dat de kopiisten van beide kamers ook grotendeels op dezelfde wijze te werk zijn gegaan. Toch mag de conclusie niet zijn dat Lepel en Ten Berch ook bewust samen aan één verzameling rederijkerstoneel hebben gewerkt. De boeken van Lepel hebben immers tot een vroegere verzameling behoord en Lepel en Ten Berch hebben ook niet gelijktijdig aan de verzameling gewerkt.
Hoe zit het dan wel? Zeker is dat Ten Berch de beschikking had over de boeken van Lepel toen hij met zijn eigen werk begon; de overeenkomsten zijn te groot. Ten Berch heeft de spelen van Trou Moet Blijcken die al door Lepel waren gekopieerd, ook niet opnieuw in zijn eigen verzameling opgenomen. Het lijkt er dus op dat Ten Berch de boeken van Lepel als een aanvulling op zijn eigen werk zag en niet als een aparte verzameling. Lepels boeken zijn op een gegeven moment, te leen of niet, in het bezit gekomen van de oude kamer en zijn dat ook gebleven, ook nadat de verhoudingen na 1606 door een ruzie over een subsidieaanvraag behoorlijk waren bekoeld. Ten Berch heeft zowel zijn eigen boeken als die van Lepel in het register opgenomen. Zodoende is hij bekend komen te staan als de samensteller van de collectie en heeft hij van alle boeken één verzameling gemaakt: de verzameling-Trou Moet Blijcken.
De verzameling had niet alleen een archieffunctie maar fungeerde ook als naslagwerk, dat via het register gemakkelijk te raadplegen was. Ze kan gebruikt zijn om een spel uit te zoeken voor een opvoering of misschien gewoon om in te lezen. Dat zou betekenen dat de verzameling ervoor zorgde dat de spelen niet alleen spelen-om-te-spelen waren, maar ook teksten-om-te-lezen.

De vastlegging stokt
In 1609 heeft Ten Berg het spel ‘De Treves’ in het register opgenomen, dat in hetzelfde jaar door Trou Moet Blijcken is opgevoerd. Tot 1611 bleef hij aantekeningen maken in het register. Uit die tijd zijn echter al opvoeringen en gebruikte leggers bekend die niet meer in de verzameling zijn opgenomen. Er werd dus wel degelijk nog aan nieuw repertoire gewerkt, maar het werd niet meer vastgelegd in een nieuw boek. De laatste aantekening in de verzameling is, voor zover bekend, van Ten Berch en betreft een opvoering op 24 juni 1612 op de markt in Haarlem. Of de verzameling nadien nog veel is geraadpleegd, weten we niet.

Vanaf 1630 begon het aantal rederijkerskamers af te nemen. De Haarlemse kamers bleven echter nog lang bestaan. Lieft Boven Al ging in 1824 op in het dichtgenootschap Democriet, dat in 1874 werd opgeheven. Trou Moet Blijcken bestaat nog steeds, nu als herensociëteit en gentlementsclub. En trouw aan hun tradities zijn ze, want op de website valt te lezen:

“Zo kiest het bestuur van Trou […] elk jaar uit het ledenbestand een Factor, die een jaar de tijd krijgt om te werken aan twee zangen, de Catharijnezang en de jaarzang, lange dichtwerken die tijdens het jaardiner in november en op 1 januari worden voorgedragen. […] Vrijwel elk jaar verzorgen de Broeders een toneelvoorstelling, waarvoor de teksten door leden van de broederschap worden geschreven.”

Een duidelijk geval van “trouw moet blijken”.

Satelliet 1: Zinnespelen, kluchten en tafelspelen
De meeste spelen in de verzameling-Trou Moet Blijcken zijn zinnespelen. Een zinnespel is een allegorisch toneelstuk met een opvoedkundige moraliserende strekking. Allegorisch wil zeggen dat er een metafoor wordt gebruikt die het hele stuk wordt volgehouden. In zinnespelen worden abstracte begrippen als de Tijd, de Moed en de Geldzucht als handelende personages opgevoerd. Of zoals een tijdgenoot het omschrijft:

“Het zijn bespiegelingen in samenspraken over eene zedekundige vraag, geheel in allegorischen vorm, zelfs zoo, dat daarin geen enkel wezen van vleesch en been optreedt, alleen zinnebeeldige figuren. Ja, waar de mensch op de lijst der ‘personagien’ voorkomt, wordt daarmeê niet een bepaald, concreet persoon bedoeld, maar bloot eene verpersoonlijkte abstractie.”

De verzameling bevat naast zinnespelen ook kluchten (esbattementen) en tafelspelen. Een klucht is inhoudelijk gezien het tegengestelde van een zinnespel: nu geen hoogstaande moraliserende boodschap, maar platvloers vermaak. Het zijn boertige stukken die de draak steken met menselijke ondeugden zoals onmatigheid en bedrog, vooral op seksueel gebied. Een tafelspel is een zeer kort stukje voor één of twee personages met soms een komische en soms een ernstige inhoud. Tafelspelen waren vooral bedoeld om de eigen leden te vermaken op bijeenkomsten.
Voorbeelden van deze genres in de verzameling-Trou Moet Blijcken zijn: Goetheijt, Lijefde en Eendracht (zinnespel), Een esbatement vanden blinden diet tgelt begroef (klucht), Van De Jacht Goodts goetheijt ende Duvels Nijdicheijt (tafelspel).

Satelliet 2: De verzameling in detail
De verzameling-Trou Moet Blijcken bestaat uit elf banden met spelen, waarvan er drie zijn zoekgeraakt, een later toegevoegd deel (boek n-m) en het register van Goossen ten Berch. Elk boek met spelen is voorzien van een eigen letter: a tot en met l. De letter j ontbreekt omdat deze toen nog niet bestond. Een inhoudsopgave van deze boeken is door Goossen ten Berch in het register opgenomen.
Het formaat van de boeken komt meestal overeen met de inhoud. De eerste acht boeken zijn in folio formaat en bevatten, met uizondering van boek g, allemaal zinnespelen. De overige boeken met spelen zijn in oblong-kwart formaat en bevatten kluchten en/of tafelspelen. Het register is weer in folio formaat.
De boeken d, e, f en i zijn gevuld door Adriaen Lourisz. Lepel. Aan Goossen ten Berch kunnen we met zekerheid de boeken a, b, c, g en het register toeschrijven. Duidelijk is dus dat de boeken in een andere volgorde tot stand zijn gekomen dan de letters suggereren; Ten Berch heeft voorrang gegeven aan zijn eigen werk.
De boeken h, k en l zijn mettertijd zoekgeraakt. Boek l is vermoedelijk een boek van Trou Moet Blijcken en is dus waarschijnlijk gevuld door Ten Berch. De boeken k en l bevatten voornamelijk spelen van Lieft Boven Al en zijn dus waarschijnlijk van de hand van Lepel.
Boek n-m is later aan de collectie toegevoegd en is dus ook niet door Ten Berch opgenomen in het register. Het bevat teksten van leggers die niet eerder in de collectie waren opgenomen.

Dit populair-wetenschappelijk artikel heb ik geschreven voor mijn studie Algemene Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. Het is gebaseerd op het onderzoek van Marjolein van Herten: “Een codicologische beschrijving van de verzameling-Trou Moet Blijcken”, TNTL 127, 2011

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *